Amsterdam, Watergraafsmeer KVK 75496976
info@kinderpraktijkaanzet.nl

OEPS ik ging over de grens!

coaching & counseling & therapie & training

OEPS ik ging over de grens!

Grensoverschrijdend gedrag is van alle tijden. Het is mens-eigen. De laatste tijd heeft het woord ‘grensoverschrijdend’ een extra lading gekregen. En die lading is lang niet altijd helpend. In zo’n geval kan kennis en inzicht handig zijn. Kennis en inzicht over wat grensoverschrijdend gedrag betekent en wat je er zoal mee kunt. Ik wil graag een poging wagen.

Gedragingen en uitingen van mensen kunnen grofweg in drie categorieën worden uitgesplitst:

  • instinctief of emotioneel: gedrag/uiting voortvloeiend uit een natuurlijke oerdrift of een persoonlijke voorkeur of gevoeligheid;
  • gesocialiseerd: gedrag/uiting in reactie op de (veronderstelde) wil van de omgeving (regels en cultuur);
  • zelfbewust: gedrag/uiting volgend op een aandachtig afgewogen keuze van diegene die handelt.

Wij mensen zijn enkel in staat verantwoordelijkheid te dragen voor ons eigen zelfbewuste handelen: gedragingen en uitingen die volgen op een aandachtig afgewogen keuze. Een bewust besluit is een essentiële voorwaarde om rekenschap te geven van de handeling die daarop volgt. Iemand moet met andere woorden de vrijheid van keuze hebben gehad om wel of niet te handelen. Wanneer iemand die keuzevrijheid niet had, kun je immers met goed fatsoen iemand niet aanspreken op dat handelen. Toch blijkt de laatste categorie van handelen hooguit maar zo’n 5% van al onze gedragingen en uitingen te bevatten. Huh? Hoe zit het dan met verantwoordelijkheid dragen voor de rest van ons handelen?

Van de pakweg 95% van de keren dat wij in beweging komen, zijn wij ons, op het moment van bewegen, (nog) niet bewust van onze beweegredenen. Wel kunnen wij achteraf reflecteren op ons gedrag en uitingen. Dat geeft, als het gaat om zelfbewust kunnen handelen in de toekomst, nog steeds een garantie tot aan de deur, maar heeft wel allerlei andere positieve side-effects. Daar kom ik nog op terug.

Eerst wil ik nog even inzoomen op die verantwoordelijkheid. Zelfbewustzijn kan niet worden afgedwongen. Hetzelfde geldt voor verantwoordelijkheid dragen. Iemand zal zelfbewust moeten kùnnen handelen, wil diegene in staat zijn tot het afleggen van rekenschap over die daad. Iemand die niet zelfbewust handelt, draagt feitelijk geen verantwoordelijkheid. Ook niet als diegene zich wel verantwoordelijk zou voelen en zelfs niet als diegene graag verantwoordelijkheid wíl dragen. Verantwoordelijkheid voelen is een emotie (die overigens meestal gevoeld wordt, wanneer wij verantwoordelijkheid vrezen omdat wij die ten onrechte associëren met bezwaard of gevangen zijn). Verantwoordelijkheid willen dragen is een intentie, die ieder mens in potentie in zich draagt (hoewel dat vaak wordt verward met de wens om innerlijke narigheid van anderen weg te nemen, waartoe juist weer geen enkel mens in staat is). Verantwoordelijk-zijn is een manier van leven, die wij ons door ontwikkeling eigen kunnen maken. Een volwassen wijze van leiding geven aan jezelf, die juist vrijheid biedt. Hierin schuilt onze vrije wil.

Zelfbewustzijn en verantwoordelijk-zijn kan gelukkig (naar mijn idee) wel worden gestimuleerd en geactiveerd. Daar hebben wij elkaar voor. En nu komt de crux: elk moment van grensoverschrijding biedt daartoe een kans! Zeker als wij daarbij extra ‘geholpen’ worden door de ander die gekwetst en gekweld reageert. Ik licht het toe met een voorbeeld.

Stel je bevindt je in een situatie waarin je tegen iemand anders roept: “Jij bent de meest walgelijke persoon die ik ooit ben tegengekomen!”. Allereerst is de kans groot dat met zo’n opmerking de goede sfeer snel behoorlijk hard zal dalen. Maar daarnaast ligt voor de hand dat die ander zich niet respectvol behandeld zal voelen door zo’n opmerking. Of iets dergelijks. Hoe steviger die ander (of anderen er om heen) jou dat dan ook zou(den) laten weten, des te groter de kans dat jij je ervan bewust zult gaan worden dat er sprake was van een grensoverschrijdende opmerking.

Oké, stel je zou – aangemoedigd door de reactie van diegene die jij net hebt toegeroepen, of anderen erom heen – doorhebben dat die ander jouw opmerking als grensoverschrijdend heeft ervaren. (“Oeps, volgens mij ging ik zojuist over de grens!”) Wat dan?

Dan komt de vaardigheid van ‘zelfreflectie’ goed van pas. (Zelfreflectie is te leren. Dat gaat het best door het eerst ge’model’d te krijgen van vaardige anderen en het daarna héél vaak zelf te blijven oefenen)

De eerste vraag die je dan aan jezelf kunt stellen: was het gedrag of de uiting die als grensoverschrijdend wordt ervaren het gevolg van een zelfbewuste beslissing. Heb ik een afgewogen keuze gemaakt, voordat ik tot deze gedraging of uiting kwam? Statistisch gezien zal in de meeste gevallen (95%!) het antwoord op deze vraag ‘euh, neuh, nee, niet echt’ zijn. (In dit geval ligt niet voor de hand dat jij eerst een zorgvuldige afweging hebt gemaakt van alle mensen die je ooit bent tegengekomen en die hebt gecategoriseerd in meer of minder walgelijk. En dat je daarna nog hebt afgewogen of een persoon überhaupt wel walgelijk kan zijn, of dat het woord walging eerder hoort bij de omschrijving van een lichamelijke gewaarwording die jij zelf kunt hebben wanneer jij iets waarneemt dat op jou een giftige indruk maakt.)

Dan weet je al een stuk meer. Want je weet nu dat dit betekent dat de handeling voortkwam uit een onbewust oerdrift (die hebben wij nu eenmaal als mens) of uit een onbewuste voorkeur of gevoeligheid (die hebben wij nu eenmaal als mens) of een reactie was op een (veronderstelde) wil van de omgeving. En dat is hele interessante informatie!

Want als het een onbewust oerdrift betrof, biedt dat de kans op meer kennis over het universeel zijn van jouw mens-zijn (en dat schept meteen een fijne band met de rest van de mensheid) en/of (in de meeste gevallen) kennis over het universeel zijn van een levend-organisme-zijn (en dat schept meteen een fijne band met de rest van alle levende wezens). In dit geval zou je tot een conclusie kunnen komen als: ‘als mens heb ik, net als die ander die tegenover of naast mij staat, de behoefte om bij een kudde te horen en tevens erkend te worden in mijn uniciteit’ of ‘net als elke ander levend organisme reageer ik instinctief op prikkels in mijn omgeving’.

Als de handeling voortkwam uit een onbewuste persoonlijke voorkeur of gevoeligheid, biedt dit de kans om jouw zelfkennis te vergroten (en de kans jezelf te accepteren in wie je werkelijk bent, in al jouw uniekheid, met al jouw talenten en beperkingen). In dit geval zou je tot het besef kunnen komen van het volgende weetje over jezelf: ‘ik kan niet tegen onrecht en wat diegene net vertelde vond ik zo onrechtvaardig klinken daar wil ik graag verre van blijven’ of ‘als ik iemand kwetsende dingen hoor zeggen over anderen, dan voelt dat als kwetsend jegens mijzelf’. In de categorie zelfkennis kun je eindeloos verwonderd blijven, van alles wat je nog niet kende of onderkende over jezelf.

Als de handeling, tot slot, een reactie was op een (veronderstelde) wil van de omgeving, terwijl de omgeving in dit geval (op zijn minst) wat misprijzend op jouw gedrag reageert, is dat een kans om de opvattingen die jij had over hoe je met anderen om kan gaan, opnieuw tegen het licht te houden. Regels en cultuur zijn niet bedoeld vast te zitten, maar willen mee veranderen met de vooruitgang. Vooruitgang en vernieuwing is eigen aan de natuur van de mens, nodig voor de ontwikkeling van het menselijk ras. Dus het zou onhandig zijn als wij die natuurlijke ontwikkeling door zelf bedachte regels en gebruiken lieten belemmeren. Regels en cultuur zijn, met andere woorden, dienstbaar aan ons en niet andersom. Zij zijn daarom geregeld aan vernieuwing toe. In dit geval zou er bijvoorbeeld reden kunnen zijn om de volgende opvatting tegen het licht te houden; ‘wanneer ik het niet eens ben met iemand, dan heb ik het recht om mijn mening te uiten, zelfs wanneer dat om een kwetsende mening zou gaan’ of ‘als iemand iets kwetsends zegt, is diegene een slecht mens’. (Ga dan eens na voor jezelf: wie heeft mij deze ‘regel’ eigenlijk opgelegd? En hoe komt het dat ik dit (nog) geloof en (nog) wens na te leven?)

Grote kans dat als jij dit rondje voor jezelf heb gemaakt, jouw natuurlijke vermogen tot mededogen inmiddels behoorlijk is opgetakeld. Ach je bent een mens en hebt het te doen met de gebrekkigheid die aan het mens-zijn eigen is. Tegelijkertijd ben je ook een levend organisme dat daarom in staat is tot herstel. Door bewuste aandacht te geven aan jouw innerlijke roerselen heb je jouw eigen systeem weer in balans weten te brengen, zodat je weer stevig staat en je weer vrij kunt bewegen.

En oh ja, er staat ook nog iemand tegenover jou. Grote kans dat die zich nog steeds gekwetst aan het voelen is en nog iets van jou wil. (Behalve als diegene toevallig ook het zelfde zelfreflectie-herstel-rondje heeft gemaakt, maar daar heb jij geen enkele zeggenschap over. Want gelukkig is onze werkelijke macht beperkt tot onze eigen gevoelens en gedachten en niet die van anderen)

Maarrrrr, we hebben wél invloed op de onderlinge relatie.

Ieder mens is namelijk niet alleen in staat tot stofwisseling maar ook tot informatie uitwisseling. Dat is de wijze waarop wij mensen ons verbinden. Wij wisselen informatie uit. Dat kan energetische informatie zijn (emoties en gevoelens), mentale informatie (feiten en meningen) of fysieke informatie (al dan niet rechtstreeks via lichaamsstoffen). Al die informatie kan helpende of niet-helpende invloed uitoefenen.

Zodra wij met een ander informatie uitwisselen, hebben wij met diegene een relatie. De wijze waarop wij informatie uitwisselen, kleurt de relatie. De relatie kan ons gidsen, steunen, stimuleren en uitdagen of kan dat juist allemaal niet doen. In het laatste geval is de relatie niet-helpend.  

Wanneer wij er ons bewust van zijn (en dat waren wij ons inmiddels) kunnen we wel kiezen welke informatie wij richting die ander zenden. Vrijwel alles is herstelbaar. En dat geldt zeker voor relaties. Wij zijn het alleen niet gewend om dat ook bewust te doen. Daarom voelt het vaak onwennig.

Stel nu dat jij de relatie als helpend beschouwt en deze graag wenst te herstellen. Dat zou dan ongeveer zo kunnen gaan.

“Oeps ik ging over de grens. En dat had ik niet moeten doen. Ik heb het toch gedaan en dat spijt me. Ik realiseer me nu dat het niets te maken heeft met jou als persoon. Toen ik jou hoorde uitspreken dat […] ging dat zo in tegen mijn waarden, en dat voelde zo onrechtvaardig en pijnlijk, dat ik mijn reactie kennelijk niet kon bedwingen. Dat belang voel ik nog steeds. Ik ben het niet eens met jouw woorden. Mijn verontwaardiging had ik ook op een manier kunnen uiten, die niet kwetsend was, dat realiseer ik me in inmiddels. Ik kan me voorstellen dat er bij jou ook allerlei emoties en opvattingen schuilgaan achter jouw woorden. Ik sta er open voor om daar meer over te weten. Als wij ons gesprek voortzetten, wil ik je wel vragen of jij jouw woorden over […] zorgvuldiger kunt kiezen. Wil jij dat doen? Wat heb jij daarvoor (eerst) nog van mij nodig?”

Ik weet het: opschrijven is makkelijker dan het daadwerkelijk je strot uitkrijgen. Maar oefenen helpt! Gewoon beginnen met de eerste zin. “Oeps ik ging over de grens.” En als die er lekker uitkomt, dan voeg je de volgende er aan toe. “Oeps ik ging over de grens. En dat had ik niet moeten doen”. En dan na een tijdje – wanneer die er samen inmiddels lekker uitrollen – voeg je weer wat toe. Maak gerust je eigen variaties. Zet er een melodietje onder, maak er een tekening bij. Hoe jij het wenst. Want dat doet recht aan jouw uniciteit. Maar doe ook recht aan de uniciteit van die ander. Er bestaan nu eenmaal grenzen tussen individuen. En die grenzen overschrijd je zomaar. Dat niet willen, gaat ons niet helpen. Elke poging om de ander daarin te erkennen en de relatie te herstellen wel.