Amsterdam, Watergraafsmeer KVK 75496976
020-8465995
info@kinderpraktijkaanzet.nl

Met angst en beven

coaching & counseling & therapie & training

Met angst en beven

Er zijn nogal wat situaties waarin kinderen ineens angst kunnen voelen. Bijvoorbeeld wanneer van hen iets wordt verwacht wat ze nog nooit eerder hebben gedaan. Of wanneer ze met plotselinge veranderingen worden geconfronteerd.

Nu is het volstrekt normaal om voor een nieuwe situatie een zekere mate van angst te ervaren. Angst is in feite een lichamelijke reactie die zich kan uiten in drie verschillende vormen: vechten, vluchten of bevriezen. Dat merken wij aan ons lijf. Verlamming, beven, trillen. Hartkloppingen, zweet in de handen, knikkende knieën. Of juist alert en actief. Soms agressie, een stoot adrenaline. Bij acuut gevaar kunnen dit hele zinnige beschermingsmechanismes zijn, afhankelijk van de situatie.

Maar als angst irreëel is – zoals bijvoorbeeld omdat de situatie voor ons nieuw is – dan treden precies dezelfde mechanismes in werking. Want ons lichaam kent geen verschil tussen ècht acuut gevaar en door ons zelf ‘gefantaseerd’ gevaar. En dus slaat ook dan ons hart over, krijgen wij een droge mond, pijn in de buik. Bij irreële angst werken die mechanismes vaak belemmerend. Dan wordt de angst ons de baas.

In het geval angst wèl reëel is, willen we het liefst in kalmte en redelijkheid kunnen kiezen of we zullen vechten, vluchten of bevriezen. Want wat dan veiligheid biedt, kan immers per situatie verschillen.

Kortom: in àlle gevallen is het zinvol ervoor te zorgen dat de angst ons niet de baas wordt. Maar hoe leren wij dat (onze) kinderen?

  • Ben je ervan bewust dat je een belangrijk voorbeeld bent voor kinderen! Breng je angst niet over op hen. Wees kalm en redelijk in hun aanwezigheid. Als jij door je eigen angst wordt overvallen, zorg dan dat je (even) uit de buurt van kinderen gaat en deel jouw angst zo nodig met een andere (kalme😉) volwassene of kalmeer jezelf door even diep adem te halen en jezelf rustig toe te spreken dat er op dit moment geen acuut gevaar is terwijl je je gedachten niet verder richt dan op het eerstvolgende moment;
  • Kalmeer kinderen wanneer zij zich angstig tonen (herkenbaar aan de genoemde lichamelijke uitingen) of wanneer zij hun paniekgedachten uiten, door ze rustig te vertellen dat het heel logisch is dat mensen soms last hebben van angst, ook als er geen echt gevaar is. Dat het heel naar kan voelen. En dat toch alles oké is, en dat jij weet dat het goed komt;
  • Wanneer je in een relaxte setting bent, stimuleer dan kinderen eens (aan elkaar) te vertellen waar zij bang voor zijn, dat is immers een volstrekt menselijke emotie. Angst kan ook heel nuttig zijn! Laat kinderen daarom rustig vertellen waar zij allemaal bang voor zijn (geweest). Want je kiest niet voor angst, het is er gewoon ineens. Dus erken hun gevoelens en wees er nieuwsgierig naar. Stel vragen als:
    • Waar zit bij jou angst in jouw lijf?
    • Wanneer durfde je ondanks angst toch iets te proberen? (Bijvoorbeeld een ritje in de achtbaan? Of een prik laten zetten in jouw arm? Of een spreekbeurt houden voor de klas?)
    • En hoe deed je dat dan?
    • Wat zou je graag nog doen wat je nu niet durft?
    • En wat zou jou helpen om deze angst te overwinnen?;
  • Wees in nieuwe situaties duidelijk en eerlijk over wat er aan de hand is. Informeer kinderen wanneer ze daarnaar vragen. Als het om de realiteit gaat, kunnen kinderen vaak meer aan dan je denkt en ze gaan anders hun eigen werkelijkheid maken. 

Wil je daarbij hulp of begeleiding? Aarzel niet en weet je welkom! www.kinderpraktijkaanzet.nl